If Trump doesn’t kill us, he will make us stronger

11/10/2016 § Een reactie plaatsen

Nu snap ik het!  Waartoe is Donald Trump op aard?  Hij gaat in tegen alles wat goed, lief en mooi is, maar deze tegenwerking is er om onze karakters te sterken!  Het werkt als in Karakter van Bordewijk, de vader die de jongen bijna kapot maakt, waardoor hij hem ontstijgt (ook de verfilming, met de aangename Fedja van Huêt en de weergaloze Jan Decleir is een aanrader).  Hij roept dus eigenlijk op tot wereldvrede.  Een detrumpificatie van de wereld volgt: een inclusieve samenleving, vrouwvriendelijkheid, positiviteit, betere gezondheidszorg, democratie, the works.  If Trump doesn’t kill us, he will make us stronger.  Ja toch?

 

Afbeeldingsresultaat voor karakter film

Jan Decleir deed het wel stijlvoller.

Advertenties

Waar is the box?

15/04/2016 § Een reactie plaatsen

Hartstikke leuk hoor, een creatieve geest. Het levert me een heerlijk onsaai leven op. Anderen waarderen mijn invalshoeken en gedachtekronkels.  Maar in de dagelijkse werkelijkheid is het wel eens handig gewoon van a naar b naar c te gaan. Als je een plan van aanpak wilt schrijven, of gewoon best veel werk gedaan wilt krijgen.  Overzicht wilt houden om doordachte keuzes te maken. Focus.  En vooral ook samen wilt werken en communiceren met mensen die er een andere logica op na houden.
Vandaar mijn nieuwe devies: “Structureren kan je leren!”
structuur
Dus, waar is the box.  Ik wil in die box!  Hoe houd je jezelf bij de les?
– Eerst een weloverwogen doel stellen, dan tussenstappen definiëren.  Nee, niet die zijweg in!  Niks organische groei!  Aan je plan houden.  Eventuele zijstapjes parkeren, pas iets mee doen als het plan af is.  Zorg dus dat wat je vandaag wilt doen, een reëel en haalbaar brokje werk is.
– neem de tijd.  Bij mij is het vaak ongeduld, waardoor ik stappen oversla.
– te veel willen zorgt ook voor half werk.  Telkens je excuses maken omdat je onvoorbereid  bent is slecht voor je algehele gevoel in harmonie te zijn met je omgeving.
– steeds realiseren dat afleiding niet bijdraagt aan je doel.  Focus.
– hoe belangrijker je het doel vindt, hoe nauwer het dus verbonden is aan je persoonlijke waarden, hoe gemotiveerder je bent om er efficiënt naartoe te werken.
– discipline is een spier.  Oefenen, dus.
– ik heb discipline als het gaat om sporten, gezond eten, consequent opvoeden etc., dus ik kan dit ook verder ontwikkelen op werkgebied.
– meer structuur levert ongetwijfeld een rustiger hoofd op.  Nachtrust!
– multi-tasken bestaat niet, je plan stap voor stap afwerken zorgt uiteindelijk voor succes en een tevreden gevoel.  Als je met meerdere dingen tegelijk bezig bent, en je wordt onderbroken, zit je met vele losse eindjes.  Eén taak tegelijk en je pakt de draad zó weer op.
– tijd inruimen in je weekplanning om steeds weer orde te creëren: mail opruimen en lijstjes maken zijn investeringen in de doelen waar je bewust voor gekozen hebt.
– ‘nee’ tegen het één, is een beter ‘ja’ tegen het ander.  Pas op voor reactiviteit.
– vraag feedback en leer van anderen.  Pas als je hun manieren van structureren uitprobeert, kan je merken of het jou ook wat oplevert.  Veel mensen vinden het leuk om  je hun persoonlijke management-trucjes uit te leggen!
– Alles netjes in boxes hoeft niet saai te zijn.  Je kunt je creativiteit juist beter kwijt als je het juiste podium kiest en er rust & ruimte voor is.
Bovenstaande weet je allemaal al.  Nu nog doen.
p.s. Tijdens het schrijven van dit stukje heb ik mijn Facebook-meldingen uitgezet.  Ze leiden me af!

Raad der Wijzen

30/09/2015 § 4 reacties

“Mama, schijnt de maan naar boven of naar beneden?”, vraagt mijn dochter Liv (2,5).  Ze houdt haar rijstwafel-met-hap-eruit beurtelings in verschillende posities.  Ehm… hoe geef ik hier een zinnig antwoord op?

Ikzelf bracht het op die leeftijd niet verder dan “Mama, waarom ben je eigenlijk met papa getrouwd?”.  Volgens mijn moeder bewijs van mijn uiterst filosofische vermogens, volgens mij had ik voor zo’n vraag (of retorische vraag, het was natuurlijk meer een constatering) geen hoog IQ, EQ of welke andere Q dan ook nodig, stating the obvious. Ik kan me herinneren dat me wel meer opviel en me van alles afvroeg, en dat volwassenen om je heen wel schattige pogingen deden, maar toch niet echt antwoorden of goede wedervragen hadden.

Hulp inroepen dus, ik wil niet nu al aankomen met “Dat weet je mama ook niet”, maar realiseer me dat ik back-up nodig heb. Google. Google weet altijd raad. Ik heb wel eens een lijstje gezien met wat mensen allemaal aan het orakel Google vragen, dat is nogal wat, dus wie weet vind ik een geheim hoekje in Google waar de Mooie Vragen besproken worden. Als ik google op het schijnen van de maan kom ik op allerlei interessante sites, maar deze zijn qua woordenschat toch wat omslachtig voor een twee-en-een-half-jarige en helpen me op z’n hoogst bij deze ene vraag, bij de volgende zit ik weer…

Ik google op ‘Raad der Wijzen’, zoiets heb ik nodig. Eerste zoekresultaat brengt me echter op de site van de Efteling. Google begrijpt mijn nood aan diepgaande opvoedhulp ook al niet.

Wat nu? Ik heb wel een paar slimme vrienden, ik kan een app-groepje beginnen, dat ik op zo’n moment zeg: “Wacht even, mama moet even plassen” en dan snel op de WC check of één wakker type uit mijn Raad der Wijzen-appgroep een leuke invalshoek bedacht heeft? Zoiets? Maar dat ik mijn gezicht probeer te redden heeft ze natuurlijk ook in no-time door. Ik hoor haar al zeggen: “Ja hoor mama, dat heb jij écht niet zelf bedacht! Je hebt zeker weer met je Raad der Wijzen ge-appt!” Maar dat is vast pas als ze drie is. Nu zegt ze bij een voor haar niet 100% bevredigend antwoord alleen nog wat ongelovig: “O, is dat zo?”.

20150928_141731

Inspiratie uit eigen Ghetto

09/07/2015 § Een reactie plaatsen

Mijn dochter (2) en ik trekken er graag op uit, maar soms spelen we gewoon even op het speelplaatsje op de hoek in de achterstandswijk waar we wonen. Gisteren ontmoetten we daar Angel-Lynn (4) en haar moeder. De meisjes speelden vrolijk samen met stokjes in de modder. Ik sprak de moeder.

Na wat eerste clichés, waag ik het er op. “Goh, het valt me op dat Angel-Lynn haar voortanden al kwijt is, wisselt ze zo jong al?” “Nee, d’r grote tanden, dat zal nog wel even duren…” “Ach, is ze gevallen?” “Nee, het komt door d’r flesje. Angel-Lynn wil altijd drinken ’s nachts. D’r doekje en d’r flesje. Je weet wel, zo’n baby-flesje. Tja. Dus dronk ze altijd een paar flesjes ’s nachts. D’r tanden werden zo rot, dat ze getrokken zijn een paar maanden geleden!”

(het dringt nu pas tot me door dat er meer dan water in die flesjes heeft gezeten. Het duurde even. Eerst dacht ik dat er een ongelukje moest zijn gebeurd met een toch wel erg hard flesje ofzo)

“Oei, en nu is het wachten dus, op haar nieuwe tanden” “Ja, dat duurt dus waarschijnlijk nog een paar jaar. Tja, ze heeft gewoon zo’n dorst ’s nachts. Maar nu heeft ze geen flesje meer, ze pakt alleen soms een beker.”

Ik durf niet meer te vragen wat er in de beker zit. Ik hoop heel hard op water. Wat een verdriet. In 2015. Wat zou het meisje nog meer te eten en te drinken krijgen? Het is wel weer inspiratie voor mijn werk (ik organiseer jeugdprojecten rond taal en ontwikkeling), alle kansen krijgen in de wereld begint toch wel met een gezonde start. En een gebit.

Aan de slag maar weer.

Moreel besef

13/05/2015 § Een reactie plaatsen

De beker van mijn dochter (2) ging weer eens om. Wet van Murphy denk ik, want het was, zoals gewoonlijk, een volle beker en de hele tafel was één plas water. Geen ramp, maar vorige keer was het drinkyoghurt en spatte het ook de boekenkast in, dus toen was mama minder blij. Hoe maak ik duidelijk dat haar gehannes met de beker toch vervelende consequenties heeft?

Prima, of toch Niet Zo Prima

We hebben net het duim-omhoog-gebaar geleerd, van ‘Prima!’, ‘Okee!’ en ‘Like!’, dus ik vraag: “Lieverd, de hele tafel nat, is dat ‘Prima’ of toch ‘Niet Zo Prima’?” Mijn dochter weet dat dit Niet Zo Prima is. Ik bedenk me ineens dat daar ook een gebaar bij hoort, duim omlaag, dus ik doe dat voor en ik kijk er een beetje sip bij.

Nu wordt het een leuk spelletje. Ze doet haar duim omlaag, trekt een boos gezicht en roept met gevoel voor drama: “Nee! Niet Zo Prima!”

“En als het zonnetje lekker schijnt, is dat Prima of Niet Zo Prima?

“Prima!”, met een maximaal zonnig gezichtje.

“En aardbeitjes eten?”

“Prima!”

“En als je een splinter in je knie hebt?”

“Niet Zo Prima!”

“Maar als je dan zo’n mooie dinopleister krijgt?”

“Prima!”

“Hé en lieverd, als je hier thuis binnen aan het gillen bent?”

“Niet Zo Prima.”

Ik meen een lichtelijk schulbewuste gezichtsuitdrukking te herkennen.

“Maar lekker gillen als je buiten speelt?”

“Prima!!!”, weer met een vette grijns en een dikke duim omhoog.

Moraal van het verhaal

Mijn peuter begint spelenderwijs goed van kwaad te onderscheiden, denk ik triomfantelijk. Of in ieder geval welke dingen een vrolijke reactie tot gevolg hebben.

Maar of het echt helpt om de beker recht te leren houden…

Waarom vrijwilligerswerk geld kost

10/04/2015 § Een reactie plaatsen

Werken is het aanbrengen van wenselijk geachte veranderingen in de omgeving door menselijke activiteit.  Dit kan betaald en onbetaald.  Het idee van betalen, is een bepaalde waarde toekennen.  Dit gebeurt bij taken, waarvan we willen dat een veelal geschoolde en kundige professional zich verantwoordelijk zal voelen om de taken ook te volbrengen.

Heel veel werk kan door vrijwilligers worden gedaan.  Bij vrijwilligerswerk wordt vaak gedacht aan koffie schenken, maar ook inhoudelijker werk, zoals huiswerkbegeleiding, jobcoaching en bestuursfuncties worden vrijwillig bekleed.  Waarom kan het vrijwilligersmanagement dan niet ook vrijwillig en kost het organiseren van vrijwilligerswerk toch geld?

Vrijwilligersmanagement is een vak.  Als jij verantwoordelijk bent voor een groep vrijwilligers, moet je kunnen luisteren, motiveren, creatief oplossen, kaf- van-koren-onderscheiden, trainen, administreren, afstemmen met samenwerkingspartners, effect meten, plannen schrijven, budgetteren, faciliteren, waardering uitspreken, vooral blijven glimlachen en je ziel en zaligheid in je project stoppen.  Theoretisch kan dit natuurlijk ook vrijwillig.  Maar veel uitvoerend vrijwilligerswerk beslaat enkele uren per week, ook bijv. bestuurswerk.  Heb je 100 vrijwilligers een paar uur per week aan de slag, dan staat je telefoon roodgloeiend.  Dat doe je niet even ‘erbij’.  Vooral niet als je het goed wilt doen. Met Verklarigen Omtrent Gedrag enzo.  En dat iemand die telefoon ook opneemt, als een bezorgde vrijwilliger belt.  Je geeft je vrijwilligers alles wat je hebt.  De vrijwilliger krijgt zijn waardering vooral van het zinvolle werk dat hij doet.  De vrijwilligersmanager maakt dit mogelijk.  En daar mag de waarde geld aan toegekend worden.

Je zou nog kunnen argumenteren dat er pensionado’s zijn, of anderen met de tijd en energie om deze verantwoordelijkheid te dragen.  Dat gebeurt ook wel.  Vaak hangt zo’n project dan op één gedreven type, die dit bijvoorbeeld naast haar part-time baan doet, en die werkt zich dan in no-time een burn-out.  Weg continuȉteit, weg project.

Dus, voor 1 fte plus wat facilitaire kosten kan je een heel vrijwilligersproject financieren.  Als dit wat betreft coőrdinatie en enthousiaste leiding goed gebeurt, tel je winst eens uit in hoeveel groter je bereik is.  Niet alleen hoeveel mensen (zowel vrijwilligers als doelgroep) je kunt bereiken, maar ook de kwaliteit, continuȉteit en het plezier waarmee er gewerkt kan worden, als de begeleiding stevig is.  Vrijwilligersmanagement is een vak.

Rituelen om te delen

28/01/2015 § Een reactie plaatsen

Wat is een rite?” vroeg de kleine Prins.
“Dat is ook een vergeten begrip”, zei de vos. “Een rite maakt dat de ene dag verschilt van alle andere dagen, ’t ene uur van alle andere uren. Mijn jagers hebben bijvoorbeeld een rite. Op donderdag dansen zij met de meisjes uit het dorp. Donderdag is een heerlijke dag! Dan kan ik wandelen tot aan de wijnbergen. Als de jagers op willekeurige dagen dansten, zouden alle dagen gelijk zijn en ik zou nooit vrij hebben.”*

Iedereen functioneert lekker binnen een kader. Kinderen zeker, dat kader mag nog lekker strak en duidelijk zijn. Maar zelfs de meest woeste creatieveling met een oorverdovend vrije geest ervaart juist vrijheid als er ook het één en ander geregeld is. De één houdt erg van regelmaat en weten waar hij aan toe is, de ander voelt zich bij te veel regels bekneld, maar iets van een outline en iets van zelf inkleuren geldt voor iedereen.

Als volwassene weet je wel een beetje hoe flexibel je bent en waar je wel bij vaart, maar soms kan het interessant zijn om dit eens ietsje te herzien of te verschuiven. Ikzelf leefde vroeger vrij grenzeloos, al was ik qua werk, verplichtingen en relationele trouw wel goed in het nakomen van afspraken. Nu ik moeder ben, een moeder die gelooft in rust, reinheid en regelmaat, ben ik zelf als vanzelf ook in een strakker kader terecht gekomen. Door een kind ben ik allerlei rituelen gaan inbouwen, om de set van regels leuk vorm te geven. Als mijn dochter en ik samen ‘op avontuur gaan’, naar het bos ofzo, dan weet ze dat mama ook iets lekkers als rozijntjes in de tas doet. Als ze dan een bankje ziet, klimt ze erop en weet ze dat we een mini-picknick houden. Lekker duidelijk, lekker lekker. Telkens weer, iets om je op te verheugen. Het verbindt ons, we hebben een ongeschreven deal. Bij ons gaat het zo-en-zo geeft ook een gezinsidentiteit, je steekt er energie in en dan groeit er iets liefdevols. Daarom zijn echtscheidingen en overlijden ook zo pijnlijk: de bestaande rituelen worden doorbroken en je moet op zoek naar een nieuwe vorm. Dat gaat niet zomaar. Op de schaal tussen wild en tam ben ik een flinke stap naar tam opgeschoven. Juist deze basis doet me genieten van de speelruimte die binnen het kader zit.

Alsjeblieft….wil je me tam maken?” zei hij.
“Ja, dat wil ik wel,” antwoordde de kleine Prins, “maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken en allerlei dingen leren kennen.”
“Alleen de dingen die je tam maakt, leer je kennen” zei de vos. “De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen. Ze kopen dingen klaar in winkels. Maar doordat er geen winkels zijn, die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!”
“Wat moet ik dan doen?” zei het prinsje.
“Je moet veel geduld hebben”, antwoordde de vos. “Kijk, je gaat eerst een eindje van me af in het gras zitten. Ik bekijk je eens tersluiks en jij zegt niets. Woorden geven maar misverstand. Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten…..”
De volgende dag kwam het prinsje terug.
“Je had beter op dezelfde tijd kunnen komen”, zei de vos. “Als je b.v. om vier uur ’s middags komt, begin ik om drie uur al gelukkig te worden. Hoe later ’t wordt, des te gelukkiger voel ik me. En om vier uur wordt ik al onrustig; zo zal ik de waarde van ’t geluk leren kennen! Maar als je op een willekeurige tijd komt, dan weet ik nooit hoe laat ik mijn hart klaar moet maken………Riten moeten er zijn.”*

* Uit: De kleine Prins (oorspr. Le petit Prince), Antoine de Saint-Exupéry