Voeding: westerse armoede en werkelijke rijkdom

30/01/2018 § Een reactie plaatsen

Mijn dochter is 4.  Ze zit nu bijna een jaar op school.  Een school met Natuur&Techniek als focuspunt, vernieuwend onderwijs en duurzaamheid in haar visie en met een hoog percentage hoogopgeleide ouders.  Naast de zoete traktaties van jarige kinderen (gemiddeld zo’n 25), afscheid van vertrekkende kinderen, deelt de PABO-stagiair ook gummibeertjes uit als ze afscheid neemt, en faciliteert de school ongezond eten bij het pleinfeest, met verschillende Sintmomenten, het kerstdiner, zelfs bij het Voorleesontbijt.  Ik stuit op begrip bij directeur en leerkracht, maar echt beleid is er niet.  Natuurlijk tref ik ook verstandige ouders, de BSO heeft gelukkig een sterkere richtlijn.  Maar.

Naast school wordt mijn dochter uitgenodigd op kinderfeestjes, waar blauwe taarten, patat en frikadellen, én een afscheids-lolly blijkbaar tot het vaste repertoire horen.  Ik spreek af met moeders op terras, waar de andere kinderen al met een ijsje op het terras zitten, oké het is warm, ik bestel ook een ijsje voor mijn dochter.  Bij de Xenos staat een bak snoep voor het grijpen bij de kassa, de vrouw van de kleermaker vraagt gelukkig nog netjes of ze een snoepje mag…  Je moet nogal sterk in je schoenen staan om meestal ‘Nee’ te zeggen.

Bij een kritische noot krijg ik holle argumenten als “het is toch feest”, “andere ouders doen het ook”, “af en toe mag toch wel”.  En de mooiste: ik moet de controle loslaten.  Over wat er mijn prachtige kind ingaat.  Had ik al genoemd dat ze 4 is?

Kan het alleen gezellig zijn als er grote hoeveelheden suikerbommen en niet-voedsel met kunstmatige toevoegingen worden geconsumeerd?  Wat een armoede!  Want armoede is het.  Iedereen weet waar suiker en vet toe leiden.  Dat ongezond voer steeds goedkoper wordt, slinkse marketing strategieën met mooie plaatjes en lage plaatsing in de supermarkt het ouders moeilijk maken.  En dat in Amerika de miljoenen mensen in de onderklasse gezond voedsel niet meer kunnen betalen, met alle verdrietige gevolgen van dien.  Armoede dus.

Voor ze op school zat, hebben we wel eens een familielid moeten wijzen op ons idee over suiker.  Dat af en toe heus niet erg is, maar dat we zo blij zijn dat ze komkommertjes op de bank als snack ervaart, dat ze de suikervrije koekjes nog lust.  Want opvoeding is één en al conditionering.  Het gaat ook om de smaak.  En inderdaad, sinds ze op school zit, is snoep de heilige graal.

Suiker is verslavend.  De mens heeft een natuurlijke hang naar zoete smaken, want, in eerder tijden, toen we nog voldoende in bomen klommen, overleefde je als je het fruit wist te vinden.  Des te belangrijker dus – nu we meer eten dan nodig en minder bewegen dan nodig –  dat we onszelf en elkaar conditioneren op gezonde voeding en beweging.

Waarom voeren weldenkende mensen elkaar en mijn kind dan zoveel rotzooi?

Aardig gevonden willen worden is een valkuil.  Het snelle effect van ‘verwennerij’ is scoren bij kinderen.  Gebrek aan aandacht compenseren met een snoepje, been there, done that, maar echt blij worden ze er niet van, ze wilden immers… aandacht!  En te vaak in deze valkuil creëert emotionele eters, dáár krijg je als opvoeder pas een schuldgevoel van.  Wees sterk, ook als steun voor andere dappere ouders.  Als je van iemand houdt, wil je toch dat ze gezond opgroeit?  School en ouders hebben toch de taak om het goede voorbeeld te geven?

En dan heb ik het nog niet over de kipnuggets en knakworstjes, die ongevraagd op het menu staan.   Naast ongezond heb ik nog wat bezwaren.  Als je dan geen oog hebt voor dierenleed, dan toch zeker wel voor het milieu, de toekomst van de planeet, voor onze kinderen?  Call me a hippie, maar ik loop graag in de frisse lucht in het bos.  En u?

Dus. Ik pleit voor

  • een geleidelijke cultuurverandering. Laten we beginnen met de hoeveelheden.  Ja, ze mag best het koekje dat bij mijn koffie wordt geserveerd.  Maar dat was het dan voor die dag.  Geniet er maar van!  Hebben we meteen een mindfulness-training te pakken. En verder zijn stukjes paprika, toastjes hummus, worteltjes, dadels, komkommertjes, tomaatjes, 1001 soorten fruit, ongezouten nootjes etc. zeer in trek als middagsnack.  Wat een rijkdom, toch?
  • samen sterk opvoeden, ondersteun elkaar met je visie: ‘Toffe fruittraktatie!”
  • en gewoon niet steeds voorzetten en dus beleid maken, maakt het iedereen gemakkelijker. Op mijn werk zetten we elkaar fruit voor, in plaats van taart.  Het kan.  Wees creatief.

Laten we elkaar echt voeden en fruit en olijven weer tot de werkelijke heilige graal maken.  Samen lukt het!

Afbeeldingsresultaat voor fruit en groente snack

Advertenties

Raad der Wijzen

30/09/2015 § 4 reacties

“Mama, schijnt de maan naar boven of naar beneden?”, vraagt mijn dochter Liv (2,5).  Ze houdt haar rijstwafel-met-hap-eruit beurtelings in verschillende posities.  Ehm… hoe geef ik hier een zinnig antwoord op?

Ikzelf bracht het op die leeftijd niet verder dan “Mama, waarom ben je eigenlijk met papa getrouwd?”.  Volgens mijn moeder bewijs van mijn uiterst filosofische vermogens, volgens mij had ik voor zo’n vraag (of retorische vraag, het was natuurlijk meer een constatering) geen hoog IQ, EQ of welke andere Q dan ook nodig, stating the obvious. Ik kan me herinneren dat me wel meer opviel en me van alles afvroeg, en dat volwassenen om je heen wel schattige pogingen deden, maar toch niet echt antwoorden of goede wedervragen hadden.

Hulp inroepen dus, ik wil niet nu al aankomen met “Dat weet je mama ook niet”, maar realiseer me dat ik back-up nodig heb. Google. Google weet altijd raad. Ik heb wel eens een lijstje gezien met wat mensen allemaal aan het orakel Google vragen, dat is nogal wat, dus wie weet vind ik een geheim hoekje in Google waar de Mooie Vragen besproken worden. Als ik google op het schijnen van de maan kom ik op allerlei interessante sites, maar deze zijn qua woordenschat toch wat omslachtig voor een twee-en-een-half-jarige en helpen me op z’n hoogst bij deze ene vraag, bij de volgende zit ik weer…

Ik google op ‘Raad der Wijzen’, zoiets heb ik nodig. Eerste zoekresultaat brengt me echter op de site van de Efteling. Google begrijpt mijn nood aan diepgaande opvoedhulp ook al niet.

Wat nu? Ik heb wel een paar slimme vrienden, ik kan een app-groepje beginnen, dat ik op zo’n moment zeg: “Wacht even, mama moet even plassen” en dan snel op de WC check of één wakker type uit mijn Raad der Wijzen-appgroep een leuke invalshoek bedacht heeft? Zoiets? Maar dat ik mijn gezicht probeer te redden heeft ze natuurlijk ook in no-time door. Ik hoor haar al zeggen: “Ja hoor mama, dat heb jij écht niet zelf bedacht! Je hebt zeker weer met je Raad der Wijzen ge-appt!” Maar dat is vast pas als ze drie is. Nu zegt ze bij een voor haar niet 100% bevredigend antwoord alleen nog wat ongelovig: “O, is dat zo?”.

20150928_141731

Inspiratie uit eigen Ghetto

09/07/2015 § Een reactie plaatsen

Mijn dochter (2) en ik trekken er graag op uit, maar soms spelen we gewoon even op het speelplaatsje op de hoek in de achterstandswijk waar we wonen. Gisteren ontmoetten we daar Angel-Lynn (4) en haar moeder. De meisjes speelden vrolijk samen met stokjes in de modder. Ik sprak de moeder.

Na wat eerste clichés, waag ik het er op. “Goh, het valt me op dat Angel-Lynn haar voortanden al kwijt is, wisselt ze zo jong al?” “Nee, d’r grote tanden, dat zal nog wel even duren…” “Ach, is ze gevallen?” “Nee, het komt door d’r flesje. Angel-Lynn wil altijd drinken ’s nachts. D’r doekje en d’r flesje. Je weet wel, zo’n baby-flesje. Tja. Dus dronk ze altijd een paar flesjes ’s nachts. D’r tanden werden zo rot, dat ze getrokken zijn een paar maanden geleden!”

(het dringt nu pas tot me door dat er meer dan water in die flesjes heeft gezeten. Het duurde even. Eerst dacht ik dat er een ongelukje moest zijn gebeurd met een toch wel erg hard flesje ofzo)

“Oei, en nu is het wachten dus, op haar nieuwe tanden” “Ja, dat duurt dus waarschijnlijk nog een paar jaar. Tja, ze heeft gewoon zo’n dorst ’s nachts. Maar nu heeft ze geen flesje meer, ze pakt alleen soms een beker.”

Ik durf niet meer te vragen wat er in de beker zit. Ik hoop heel hard op water. Wat een verdriet. In 2015. Wat zou het meisje nog meer te eten en te drinken krijgen? Het is wel weer inspiratie voor mijn werk (ik organiseer jeugdprojecten rond taal en ontwikkeling), alle kansen krijgen in de wereld begint toch wel met een gezonde start. En een gebit.

Aan de slag maar weer.

Moreel besef

13/05/2015 § Een reactie plaatsen

De beker van mijn dochter (2) ging weer eens om. Wet van Murphy denk ik, want het was, zoals gewoonlijk, een volle beker en de hele tafel was één plas water. Geen ramp, maar vorige keer was het drinkyoghurt en spatte het ook de boekenkast in, dus toen was mama minder blij. Hoe maak ik duidelijk dat haar gehannes met de beker toch vervelende consequenties heeft?

Prima, of toch Niet Zo Prima

We hebben net het duim-omhoog-gebaar geleerd, van ‘Prima!’, ‘Okee!’ en ‘Like!’, dus ik vraag: “Lieverd, de hele tafel nat, is dat ‘Prima’ of toch ‘Niet Zo Prima’?” Mijn dochter weet dat dit Niet Zo Prima is. Ik bedenk me ineens dat daar ook een gebaar bij hoort, duim omlaag, dus ik doe dat voor en ik kijk er een beetje sip bij.

Nu wordt het een leuk spelletje. Ze doet haar duim omlaag, trekt een boos gezicht en roept met gevoel voor drama: “Nee! Niet Zo Prima!”

“En als het zonnetje lekker schijnt, is dat Prima of Niet Zo Prima?

“Prima!”, met een maximaal zonnig gezichtje.

“En aardbeitjes eten?”

“Prima!”

“En als je een splinter in je knie hebt?”

“Niet Zo Prima!”

“Maar als je dan zo’n mooie dinopleister krijgt?”

“Prima!”

“Hé en lieverd, als je hier thuis binnen aan het gillen bent?”

“Niet Zo Prima.”

Ik meen een lichtelijk schulbewuste gezichtsuitdrukking te herkennen.

“Maar lekker gillen als je buiten speelt?”

“Prima!!!”, weer met een vette grijns en een dikke duim omhoog.

Moraal van het verhaal

Mijn peuter begint spelenderwijs goed van kwaad te onderscheiden, denk ik triomfantelijk. Of in ieder geval welke dingen een vrolijke reactie tot gevolg hebben.

Maar of het echt helpt om de beker recht te leren houden…

Rituelen om te delen

28/01/2015 § Een reactie plaatsen

Wat is een rite?” vroeg de kleine Prins.
“Dat is ook een vergeten begrip”, zei de vos. “Een rite maakt dat de ene dag verschilt van alle andere dagen, ’t ene uur van alle andere uren. Mijn jagers hebben bijvoorbeeld een rite. Op donderdag dansen zij met de meisjes uit het dorp. Donderdag is een heerlijke dag! Dan kan ik wandelen tot aan de wijnbergen. Als de jagers op willekeurige dagen dansten, zouden alle dagen gelijk zijn en ik zou nooit vrij hebben.”*

Iedereen functioneert lekker binnen een kader. Kinderen zeker, dat kader mag nog lekker strak en duidelijk zijn. Maar zelfs de meest woeste creatieveling met een oorverdovend vrije geest ervaart juist vrijheid als er ook het één en ander geregeld is. De één houdt erg van regelmaat en weten waar hij aan toe is, de ander voelt zich bij te veel regels bekneld, maar iets van een outline en iets van zelf inkleuren geldt voor iedereen.

Als volwassene weet je wel een beetje hoe flexibel je bent en waar je wel bij vaart, maar soms kan het interessant zijn om dit eens ietsje te herzien of te verschuiven. Ikzelf leefde vroeger vrij grenzeloos, al was ik qua werk, verplichtingen en relationele trouw wel goed in het nakomen van afspraken. Nu ik moeder ben, een moeder die gelooft in rust, reinheid en regelmaat, ben ik zelf als vanzelf ook in een strakker kader terecht gekomen. Door een kind ben ik allerlei rituelen gaan inbouwen, om de set van regels leuk vorm te geven. Als mijn dochter en ik samen ‘op avontuur gaan’, naar het bos ofzo, dan weet ze dat mama ook iets lekkers als rozijntjes in de tas doet. Als ze dan een bankje ziet, klimt ze erop en weet ze dat we een mini-picknick houden. Lekker duidelijk, lekker lekker. Telkens weer, iets om je op te verheugen. Het verbindt ons, we hebben een ongeschreven deal. Bij ons gaat het zo-en-zo geeft ook een gezinsidentiteit, je steekt er energie in en dan groeit er iets liefdevols. Daarom zijn echtscheidingen en overlijden ook zo pijnlijk: de bestaande rituelen worden doorbroken en je moet op zoek naar een nieuwe vorm. Dat gaat niet zomaar. Op de schaal tussen wild en tam ben ik een flinke stap naar tam opgeschoven. Juist deze basis doet me genieten van de speelruimte die binnen het kader zit.

Alsjeblieft….wil je me tam maken?” zei hij.
“Ja, dat wil ik wel,” antwoordde de kleine Prins, “maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken en allerlei dingen leren kennen.”
“Alleen de dingen die je tam maakt, leer je kennen” zei de vos. “De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen. Ze kopen dingen klaar in winkels. Maar doordat er geen winkels zijn, die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!”
“Wat moet ik dan doen?” zei het prinsje.
“Je moet veel geduld hebben”, antwoordde de vos. “Kijk, je gaat eerst een eindje van me af in het gras zitten. Ik bekijk je eens tersluiks en jij zegt niets. Woorden geven maar misverstand. Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten…..”
De volgende dag kwam het prinsje terug.
“Je had beter op dezelfde tijd kunnen komen”, zei de vos. “Als je b.v. om vier uur ’s middags komt, begin ik om drie uur al gelukkig te worden. Hoe later ’t wordt, des te gelukkiger voel ik me. En om vier uur wordt ik al onrustig; zo zal ik de waarde van ’t geluk leren kennen! Maar als je op een willekeurige tijd komt, dan weet ik nooit hoe laat ik mijn hart klaar moet maken………Riten moeten er zijn.”*

* Uit: De kleine Prins (oorspr. Le petit Prince), Antoine de Saint-Exupéry

Koosnaampjes

15/05/2013 § Een reactie plaatsen

Bij de geboorte krijgt je kind een weloverwogen naam, je bent je immers bewust dat het hopelijk ooit een flinke vrouw van 50 zal zijn.  Maar nu is ze klein (de onze is twee maanden) en we stromen over van de oxytocine, dus ze wordt vooral Schatje, Lieverdje en Leukerdje genoemd.

Omdat je zo veel over haar en tegen haar praat, want dat vindt ze heerlijk blijkens de gulle glimlachjes, zijn de verkleinwoordjes al snel niet meer genoeg en gaat het vat koosnaampjes open.  En dan gebeurt het.

Als je eenmaal begint met Poekie, dan komen de varianten vanzelf; Poekebeest, Poekster, of, een persoonlijke favoriet: ‘De Poekmeister’.  Ja, echt waar.

De kersverse ouders kijken elkaar liefdevol en wederom lachend aan om de zoveelste positieve uiting van vreugde over hun prachtspruit.  Het creatieve proces van vrije associatie vindt haar ongebreidelde weg.  Heerlijk.

‘Schattepatatje’ wordt ‘Patatje’ en je hoort jezelf in een wakker moment afvragen of dat in this day and age wel een compliment is?

Zowel partner als kind lusten wel een conversatie die verschoond is van inhibitie, en dan krijg je dit soort dingen:

“Ouwe poepert!”, roept mama trots.  “Dat is nog eens een poepbroek! Dat is de Poepbroek der Poepbroeken!”

Echt gebeurd.  Vanochtend.  Serieus.

Het zal het structurele slaapgebrek zijn.

Waar ben ik?

Je bekijkt nu de Kindertje categorie van Merlijn Slothouber - van Oortmerssen.