Eerste publicatie

Dr. Lepmaag

Dr. Lepmaag stapte uit de metro.  Hij zag, tussen de gewoontenmensen, een vrouw liggen.  Omdat hij net, in gedachten, een kloeke ridder was, in een ander leven, sprak hij de vrouw aan.  “In een ander leven, vrouwtje, had ik je misschien doorspiest, voor de lol, omdat jíj een onaanraakbare was geweest”.  “Welnee”, zei de vrouw, “in dat leven was ik netjes bij man en kinderen gebleven, en niet aan een andere wal geraakt”.  “Gôh”, zei Dr. Lepmaag, “zo had ik het nog niet gezien”.  De vrouw, die Trudy heette, vervolgde:  “Met zulke gedachten begeef jij je op grijs gebied, manneke.  Je droomt.  Dromen is niet voor maatschappelijken.  Ja, dromen over het winnen van de Staatsloterij, en de daaropvolgende dikke oto en palmboomvakanties en zulks.  Goed, doorspiezen is ook je Nietzschige machtswens, maar een mens ben je.  Maar je toch wat sinistere droom schaamteloos verklappen, is andere koek”.

Na dit wel wat logische, doch daarmee zich op zijn grijze gebied begevende relaas van de vrouw, besloot Dr. Lepmaag de vrouw uit te nodigen.  “Ik nodig je uit” zei hij. “Waarvoor weet ik niet, maar aangezien de mens een gezelschapsdier is, kies ik, als het je schikt, voor onbepaalde tijd voor het jouwe.” “Ga zitten” zei Trudy.  “Men noemt mij Trudy, of ook Trudy de Onwelriekende, als men de spot wil drijven met mijn welsprekendheid”.  “Aangenaam, Dr. Lepmaag”.  “Zo je wilt”, zei Trudy.

 

Dr. Lepmaag en Trudy babbelden zo, onder het genot van een flesje, nog wat onsamenhangend verder.  Kanten en wallen raken was onbelangrijk gebleken, dus alles kon gezegd.  Zijn goede opvoeding en passie voor de chevalerie brachten hem ertoe slechts te onderbreken voor een nieuw flesje.  “De mens moet gevoed”, bralde hij dan. Trudy liet zich dit alles welgevallen en werd naar hartelust onwelriekend op gepaste en ongepaste momenten.

Op een zeker ogenblik voegde zich een heer in kobaltblauw pak en gewapend met een bezem bij het gezelschap.  “Ik vrees dat jullie weg moeten, want het metrostation gaat sluiten”, zei hij.  “Vrees niet”, zei Trudy, “dat is nergens voor nodig”.  Dr. Lepmaag voegde hieraan toe: “Laat ieder zijns weegs gaan, maar niet alvorens ik deze jonkvrouwe gekust heb”.  Dr. Lepmaag kuste Trudy, alvorens zij zich voor de nacht verschanste achter een brandslang, en hij liep de nacht in.

 

Merlijn van Oortmerssen

Antwerpen  1999

Advertenties

§ 3 Reacties op Eerste publicatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: