Raad der Wijzen

30/09/2015 § 4 reacties

“Mama, schijnt de maan naar boven of naar beneden?”, vraagt mijn dochter Liv (2,5).  Ze houdt haar rijstwafel-met-hap-eruit beurtelings in verschillende posities.  Ehm… hoe geef ik hier een zinnig antwoord op?

Ikzelf bracht het op die leeftijd niet verder dan “Mama, waarom ben je eigenlijk met papa getrouwd?”.  Volgens mijn moeder bewijs van mijn uiterst filosofische vermogens, volgens mij had ik voor zo’n vraag (of retorische vraag, het was natuurlijk meer een constatering) geen hoog IQ, EQ of welke andere Q dan ook nodig, stating the obvious. Ik kan me herinneren dat me wel meer opviel en me van alles afvroeg, en dat volwassenen om je heen wel schattige pogingen deden, maar toch niet echt antwoorden of goede wedervragen hadden.

Hulp inroepen dus, ik wil niet nu al aankomen met “Dat weet je mama ook niet”, maar realiseer me dat ik back-up nodig heb. Google. Google weet altijd raad. Ik heb wel eens een lijstje gezien met wat mensen allemaal aan het orakel Google vragen, dat is nogal wat, dus wie weet vind ik een geheim hoekje in Google waar de Mooie Vragen besproken worden. Als ik google op het schijnen van de maan kom ik op allerlei interessante sites, maar deze zijn qua woordenschat toch wat omslachtig voor een twee-en-een-half-jarige en helpen me op z’n hoogst bij deze ene vraag, bij de volgende zit ik weer…

Ik google op ‘Raad der Wijzen’, zoiets heb ik nodig. Eerste zoekresultaat brengt me echter op de site van de Efteling. Google begrijpt mijn nood aan diepgaande opvoedhulp ook al niet.

Wat nu? Ik heb wel een paar slimme vrienden, ik kan een app-groepje beginnen, dat ik op zo’n moment zeg: “Wacht even, mama moet even plassen” en dan snel op de WC check of één wakker type uit mijn Raad der Wijzen-appgroep een leuke invalshoek bedacht heeft? Zoiets? Maar dat ik mijn gezicht probeer te redden heeft ze natuurlijk ook in no-time door. Ik hoor haar al zeggen: “Ja hoor mama, dat heb jij écht niet zelf bedacht! Je hebt zeker weer met je Raad der Wijzen ge-appt!” Maar dat is vast pas als ze drie is. Nu zegt ze bij een voor haar niet 100% bevredigend antwoord alleen nog wat ongelovig: “O, is dat zo?”.

20150928_141731

Moreel besef

13/05/2015 § Een reactie plaatsen

De beker van mijn dochter (2) ging weer eens om. Wet van Murphy denk ik, want het was, zoals gewoonlijk, een volle beker en de hele tafel was één plas water. Geen ramp, maar vorige keer was het drinkyoghurt en spatte het ook de boekenkast in, dus toen was mama minder blij. Hoe maak ik duidelijk dat haar gehannes met de beker toch vervelende consequenties heeft?

Prima, of toch Niet Zo Prima

We hebben net het duim-omhoog-gebaar geleerd, van ‘Prima!’, ‘Okee!’ en ‘Like!’, dus ik vraag: “Lieverd, de hele tafel nat, is dat ‘Prima’ of toch ‘Niet Zo Prima’?” Mijn dochter weet dat dit Niet Zo Prima is. Ik bedenk me ineens dat daar ook een gebaar bij hoort, duim omlaag, dus ik doe dat voor en ik kijk er een beetje sip bij.

Nu wordt het een leuk spelletje. Ze doet haar duim omlaag, trekt een boos gezicht en roept met gevoel voor drama: “Nee! Niet Zo Prima!”

“En als het zonnetje lekker schijnt, is dat Prima of Niet Zo Prima?

“Prima!”, met een maximaal zonnig gezichtje.

“En aardbeitjes eten?”

“Prima!”

“En als je een splinter in je knie hebt?”

“Niet Zo Prima!”

“Maar als je dan zo’n mooie dinopleister krijgt?”

“Prima!”

“Hé en lieverd, als je hier thuis binnen aan het gillen bent?”

“Niet Zo Prima.”

Ik meen een lichtelijk schulbewuste gezichtsuitdrukking te herkennen.

“Maar lekker gillen als je buiten speelt?”

“Prima!!!”, weer met een vette grijns en een dikke duim omhoog.

Moraal van het verhaal

Mijn peuter begint spelenderwijs goed van kwaad te onderscheiden, denk ik triomfantelijk. Of in ieder geval welke dingen een vrolijke reactie tot gevolg hebben.

Maar of het echt helpt om de beker recht te leren houden…

Rituelen om te delen

28/01/2015 § Een reactie plaatsen

Wat is een rite?” vroeg de kleine Prins.
“Dat is ook een vergeten begrip”, zei de vos. “Een rite maakt dat de ene dag verschilt van alle andere dagen, ’t ene uur van alle andere uren. Mijn jagers hebben bijvoorbeeld een rite. Op donderdag dansen zij met de meisjes uit het dorp. Donderdag is een heerlijke dag! Dan kan ik wandelen tot aan de wijnbergen. Als de jagers op willekeurige dagen dansten, zouden alle dagen gelijk zijn en ik zou nooit vrij hebben.”*

Iedereen functioneert lekker binnen een kader. Kinderen zeker, dat kader mag nog lekker strak en duidelijk zijn. Maar zelfs de meest woeste creatieveling met een oorverdovend vrije geest ervaart juist vrijheid als er ook het één en ander geregeld is. De één houdt erg van regelmaat en weten waar hij aan toe is, de ander voelt zich bij te veel regels bekneld, maar iets van een outline en iets van zelf inkleuren geldt voor iedereen.

Als volwassene weet je wel een beetje hoe flexibel je bent en waar je wel bij vaart, maar soms kan het interessant zijn om dit eens ietsje te herzien of te verschuiven. Ikzelf leefde vroeger vrij grenzeloos, al was ik qua werk, verplichtingen en relationele trouw wel goed in het nakomen van afspraken. Nu ik moeder ben, een moeder die gelooft in rust, reinheid en regelmaat, ben ik zelf als vanzelf ook in een strakker kader terecht gekomen. Door een kind ben ik allerlei rituelen gaan inbouwen, om de set van regels leuk vorm te geven. Als mijn dochter en ik samen ‘op avontuur gaan’, naar het bos ofzo, dan weet ze dat mama ook iets lekkers als rozijntjes in de tas doet. Als ze dan een bankje ziet, klimt ze erop en weet ze dat we een mini-picknick houden. Lekker duidelijk, lekker lekker. Telkens weer, iets om je op te verheugen. Het verbindt ons, we hebben een ongeschreven deal. Bij ons gaat het zo-en-zo geeft ook een gezinsidentiteit, je steekt er energie in en dan groeit er iets liefdevols. Daarom zijn echtscheidingen en overlijden ook zo pijnlijk: de bestaande rituelen worden doorbroken en je moet op zoek naar een nieuwe vorm. Dat gaat niet zomaar. Op de schaal tussen wild en tam ben ik een flinke stap naar tam opgeschoven. Juist deze basis doet me genieten van de speelruimte die binnen het kader zit.

Alsjeblieft….wil je me tam maken?” zei hij.
“Ja, dat wil ik wel,” antwoordde de kleine Prins, “maar veel tijd heb ik niet. Ik moet vrienden ontdekken en allerlei dingen leren kennen.”
“Alleen de dingen die je tam maakt, leer je kennen” zei de vos. “De mensen hebben geen tijd meer iets te leren kennen. Ze kopen dingen klaar in winkels. Maar doordat er geen winkels zijn, die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, maak mij dan tam!”
“Wat moet ik dan doen?” zei het prinsje.
“Je moet veel geduld hebben”, antwoordde de vos. “Kijk, je gaat eerst een eindje van me af in het gras zitten. Ik bekijk je eens tersluiks en jij zegt niets. Woorden geven maar misverstand. Maar je kunt iedere dag een beetje dichterbij komen zitten…..”
De volgende dag kwam het prinsje terug.
“Je had beter op dezelfde tijd kunnen komen”, zei de vos. “Als je b.v. om vier uur ’s middags komt, begin ik om drie uur al gelukkig te worden. Hoe later ’t wordt, des te gelukkiger voel ik me. En om vier uur wordt ik al onrustig; zo zal ik de waarde van ’t geluk leren kennen! Maar als je op een willekeurige tijd komt, dan weet ik nooit hoe laat ik mijn hart klaar moet maken………Riten moeten er zijn.”*

* Uit: De kleine Prins (oorspr. Le petit Prince), Antoine de Saint-Exupéry

Manke poot

05/12/2014 § Een reactie plaatsen

Heb jij alles wat je hartje begeert? Nee? Waarom dan niet? Zat het tegen, heb je pech? Niets aan te doen?

We worden allemaal hulpeloos geboren. Hebben jarenlang mensen nodig om goed voor ons te zorgen. En in die zorg vallen vroeg of laat gaten. Bij iedereen. De mate waarin maakt natuurlijk veel uit. Gaat het tussen geboorte en vier jaar al flink mis met je gevoel van veiligheid, dan word je basis wankel. Gaat er een verzorger dood of weg in de jaren daarna, dan heeft dat vaak groot effect. Genetische aanleg voor verslaving of ziekte helpt niet. Iedereen krijgt te maken met verdriet en frustratie en het leven loopt per definitie verkeerd af. Dus.

Iedereen moet roeien met de riemen die er zijn. Hoe je in elkaar steekt, bepaalt voor een groot deel of je knokt om je hoofd boven water te houden of zelfs gelukzalig weet te dobberen, of dat je je slachtofferschap vasthoudt en blijft slepen met die manke poot.

Toch geloof ik dat iedereen met een redelijke intelligentie in theorie in staat is tegenslag als brandstof te gebruiken. Dit kan een lange weg zijn, dus iets van volharding is ook nodig. En het lukt niet alleen. Met steun van anderen, die wel even in je geloven als je dat zelf niet doet en je pittige feedback geven als je jezelf iets wijsmaakt dat niet klopt.

Volgens de nieuwste inzichten is je persoonlijkheid pas ‘af’ als je 50 bent. Er is veel vormbaar en maakbaar. Het zou toch zonde zijn om je angsten en slachtofferschap te blijven koesteren. Vandaag kan ook een leuke dag worden!

Weet je niet waar je moet beginnen? Elke stap in de richting van ontwikkeling is er één. Het maakt niet uit of je een nieuwe opleiding begint, een toneelcursus doet, nieuw vrijwilligerswerk met andersoortige mensen, jezelf uitdaagt in een sport… als er maar enige beweging in zit. De kleinste overwinning op jezelf behaalt. Al geef je jezelf net dat voordeel van de twijfel. Je bekijkt jezelf en de wereld met nieuwe ogen, er worden andere eigenschappen aangesproken dan gisteren.

Is het geen geruststellende gedachte dat we allemaal Manke Nelis zijn? Ieder z’n strijd. Alle mensen zijn gebrekkig, en dat wordt, naarmate je ouder wordt, alleen maar erger. Dus.

Wens wat je hebt, of net ietsje meer. Dan is het goed.

Gewicht aan evenwicht

01/10/2014 § Een reactie plaatsen

Hoe is jouw relatie tot evenwichtigheid? Stabiliteit in je leven, evenwichtige voeding, balans werk en privé… We moeten ons richten op het midden, zo lijkt het wel. Maar een gelijkmatig leven, dat klinkt toch ongelofelijk saai in de oren? Je weet niet hoe snel je er weer een zooitje van moet maken, toch?

Emotionele stabiliteit is nooit my middle name geweest. Als ik iemand in een hoekje zie huilen raakt me dat, terwijl anderen er gewoon langs lopen. Een foto in de krant, subtiele muziek… Fijnbesnaard van aard. Ik heb dat lang als een probleem gezien. Een zwakte. Maar als je mij vraagt of ik mijn persoonlijkheid zou willen ruilen met iemand die niet van zijn stuk te brengen is, roep ik meteen een luid en duidelijk: ‘Nee!’. Rechtmarcheren, en dan? Want buiten de gebaande paden – dáár gebeurt het! Als je je voelsprieten uit hebt staan, lonkt de zintuiglijke ervaring en roept exces je. En ja, het kost best veel energie om niet alles wat je raakt of in vervoering brengt, te volgen. Er moeten ook allerlei geplande en lineaire dingen gebeuren. Mijn rationele vermogens maken overuren om me bij de les te houden. En daar zit de crux: Het is niet de hang naar disbalans die uitmaakt. Het is hoe je de rede kunt inzetten om ermee om te gaan. Enigszins bewust te kiezen tussen rust, reinheid en regelmaat, en waar de speelruimte zit. Jezelf tot de orde roepen, maar ook ruimte voor een lach en een traan. Zo voel je dat je leeft, en sta je in contact met je omgeving.

Even té ver gaan is ook nodig om te weten hoe ver je wél kunt gaan. Binnen de vaste route kom je niet verder. Ook in werk zit de lol vaak in die extra kilometer die je maakt. Als het maar gezond blijft. Ik verzet behoorlijke bergen in wat gewoon gedaan moet worden, maar heeft iemand even aandacht nodig, heb ik een mooi gesprek of een goed idee, dan neem ik daar de tijd voor. In contact met wat er op dat moment gebeurt. Ook dat zijn die voelsprieten.

There is no such thing as a work-life balance. Everything worth fighting for, unbalances your life, aldus Alain de Botton.

Lekker dansen, en soms balansen, rond dat midden.

Kleine lettertjes en een verrekijker

30/07/2014 § Een reactie plaatsen

Als atheïst (atheïst-die-probeert-agnost-te-worden, maar daar hebben we het een andere keer nog wel eens over) moet ik de religieuzen onder ons minimaal één ding nageven: er is een hemel en een hel. Er is altijd een ‘onderwereld’ en dus een bovenwereld geweest, maar deze gaat een andere vorm aannemen.

Traditioneel is er altijd wel een elite geweest die het goed heeft, meestal rijkgeborenen, en een massa die meer aan de basis van het bestaan leeft. Inmiddels ligt het anders.

Het mooie van het informatietijdperk is dat, als deze je enigszins aangereikt wordt, informatie voor iedereen toegankelijk is en dat je -in theorie in elk geval- als dubbeltje makkelijker een kwartje kunt worden. Met enige boerenslimheid en een opleiding kun je je milieu ontstijgen.

Het verschil tussen dubbeltje en kwartje zit echter niet meer alleen in hoeveel geld je weet te vergaren. Het gaat erom of je de kleine lettertjes kunt lezen en ze kunt interpreteren, en of je in staat bent iets verder te kijken dan je neus lang is.

Want wat heb je aan sociale mobiliteit en geld als je vroegtijdig, tijdens het eten van een doos autochtone folklore-boterbabbelaars, sterft aan een hartvervetting*?

Om gezond en vrolijk te leven, is in onze complexe voedselindustrie inmiddels een Phd. in Gezonde Voedingskunde vereist. Dat je even doorhebt dat glucosestroop net zo bere-ongezond en verslavend is als suiker, dat bio de helft van de tijd niet zo bio is en dat die zogenaamd gezonde vis wel in de chemicaliën gezwommen heeft, maakt het bijna ondoenlijk om het goed te doen.

Gemak diende de mens. Diende. Vroeger. Want inmiddels is gemak de grootste vijand van de moderne mens geworden. We gaan aan gemakzucht ten onder. Op persoonlijk vlak brengt te weinig bewegen en ongezond eten je naar de oever van de Styx, en dan zijn er de plasticsoep en andere milieurampen die de aarde niet bepaald veranderen in een Honderd Bunderbos. Mensen die niet investeren in het leven, maar het passief aan zich voorbij laten trekken, zijn niet gelukkig. Voor mooie dingen moet je nou eenmaal een beetje je best doen.

Je ziet al dat een kleine groep met middelen, kennis en een langetermijnvisie zonnepanelenreservaten gaan bouwen, met hun zelfverbouwde groenten, om met elkaar een klein paradijs te scheppen. Maar voor anderen zal de wereld een vieze, zieke hel worden, ontstaan door onwetendheid, frituurvet en gemakzucht.

Laten we onze kinderen leren de kleine lettertjes te lezen en iets verder te kijken dan vandaag. Laten we geen snoep met aantrekkelijke plaatjes op kinderooghoogte leggen en een bovenwereld scheppen vol onbespoten aardbeien. Laten we ze leren creatief te zijn en moeite te doen voor een mooiere leefomgeving. Laten we proberen die betere wereld niet alleen voor een kleine elite te realiseren, maar groots en sociaal.  Dan hoef je alleen naar de hel als we er met z’n allen écht alles aan gedaan hebben je in de gezonde en vrolijke hemel te houden!

* uit: Het Sprookje van het Verwijfde Prinsje (Prof. Zuurbeckje vertelt), van de lp ‘Hallo, Wij Zijn Theo En Thea!’, 1986

Tante Agnes

09/04/2014 § 3 reacties

Waar velen van dromen, overkwam mij: ik heb – totaal onverwacht – een erfenis gekregen.  Nou ja!  Ik geloofde de brief van de notaris eerst ook niet, maar het is echt zo.

Een erfenis. Nooit gedacht, afstammende van Bourgondiërs. Zelfs nooit van gedroomd eigenlijk; als we maar af en toe op vakantie kunnen en later muzieklessen (of wat ze maar wil) voor mijn dochter kunnen betalen, ben ik wel tevreden. Maar nu dus een aardig bedrag, van mijn oudtante Agnes.

Het sprookje gaat zo.

Tante Agnes, zoals ik haar noemde (logisch, want ze was met ‘ome’ Gerard getrouwd) was een aangetrouwde tante van mijn moeder, die ik maar enkele keren in mijn leven heb gezien. Agnes had een romantisch huwelijk met haar man Gerard. Het stel was nogal tweezaam en had geen kinderen. Mijn moeder en ik hadden wat contact met hen gekregen na het overlijden van mijn opa Jan. Agnes en Gerard hadden eigenlijk genoeg aan elkaar. Toen ome Gerard na enkele jaren kwam te overlijden, was tante Agnes dan ook stuk van verdriet. Dit brak mijn hart. Empathisch en weekhartig als ik ben, stuurde ik haar af en toe een kaartje, met een gedichtje ofzo. Ik kon natuurlijk niet echt iets betekenen in dit grote gemis, maar ik kon me zo voorstellen dat zo’n gebaar een glimlach op haar gezicht toverde. Ik ben ook een enkel keertje koffie met haar gaan drinken op een terrasje in Utrecht.

Enkele jaren na het overlijden van haar man, was Agnes ook op. Ze was nog helemaal niet zo oud, maar haar leven is gewoon niet meer mooi geworden na het verlies van haar grote liefde.

In haar testament noemde ze enkele zussen, en dat ene verre nichtje. Ik voelde me opgelaten toen ik dat las. Ik maakte de executeur duidelijk dat ik me bescheiden op wilde stellen en geen nabije familie in de weg wilde zitten, zeker niet als het ging om persoonlijke spullen, waar ik ook recht op had gekregen (wat de spullen betreft hebben wij alleen de jazzcollectie van ome Gerard, die niemand wilde hebben, geaccepteerd). Toen ik bij de notaris zat, verzekerde ook deze mij dat tante Agnes mij speciaal had genoemd in haar testament, omdat ze me zo’n bijzonder mens vond. Bloos.

De moraal moge duidelijk zijn: wie goed doet, goed ontmoet!

En, zoals het een waar sprookje betaamt, zal ik vanuit deze morele hoogte (shit!) het geld niet verbrassen, maar gaat het linea recta naar de studiespaarrekening van mijn dochter. Voor die muzieklessen, of wie weet voor een buitenlandse studiereis, alwaar zij wellicht haar romantische geliefde zal ontmoeten…

Waar ben ik?

Je bekijkt nu de Het zijn de kleine dingen categorie van Merlijn Slothouber - van Oortmerssen.